Warmtenetten in Amsterdam: succes vraagt ander soort tarief
Amsterdam wil van het aardgas af, en warmtenetten horen in veel plannen tot de voor de hand liggende route. Wij hebben onderzocht of die route vrijwillig haalbaar lijkt, in het licht van de huidige bevolking van de stad én de huidige warmtetarieven. De uitkomst is geen pleidooi tegen warmtenetten. Het is een pleidooi voor de juiste volgorde.
De kern
In de huidige situatie betaalt je per jaar (2026) rond de 800 euro aan vastrecht. Ook al gebruik je het hele jaar geen warm water of verwarming. Voor kleine huishoudens is dat weinig aantrekkelijk - en in Amsterdam is in 107 van de 110 buurten meer dan de helft van de huishoudens klein, een- of tweepersoons.
Een warmtenet is alleen rendabel bij hoge deelname. De sectorvuistregel is dat de exploitatie onder ongeveer 70% deelname onhaalbaar wordt — zodra meer dan grofweg 30% van de bewoners afhaakt, sluit de begroting niet meer. Dat is geen politiek standpunt maar een eigenschap van het kostenmodel: veel vaste infrastructuur, die zich alleen terugverdient als er genoeg afnemers op zitten.
De vraag is dus niet of een net technisch kan, maar of genoeg bewoners vrijwillig willen meedoen. En daar wringt het, om een reden die niets met onwil te maken heeft en alles met rekenen.
Waarom kleine huishoudens rationeel afhaken
Bij het huidige tariefgebouw betaalt een aansluiting een fors vastrecht — een bedrag dat losstaat van hoeveel warmte je afneemt. Voor een huishouden met een lage warmtevraag weegt dat vastrecht zwaar: je betaalt veel voor weinig. Voor zo'n huishouden is een eigen oplossing met lage investering en beïnvloedbare kosten — bijvoorbeeld een airco die ook verwarmt — eenvoudig de voordeligere keuze. Dat is geen koppigheid; dat is een verstandige beslissing onder de gegeven prijsstructuur.
Amsterdam telt buitengewoon veel van precies die huishoudens. Op basis van CBS-cijfers (Kerncijfers wijken en buurten 2024 en Aantal en kenmerken van VvE's 2024) ligt het aandeel kleine huishoudens — alleenstaanden en paren zonder kinderen — in 107 van de 110 buurten boven de 50%. De mediane buurt zit op 78%. Zelfs als je de alleenstaanden apart neemt, overschrijden zij in 105 van de 110 buurten in hun eentje al de grens waar een warmtenet financieel op spaak loopt.
Dit geldt nadrukkelijk niet alleen voor huurders. Ruim de helft van de Amsterdamse woningen — 56,4%, ongeveer 271.000 woningen in zo'n 24.700 Verenigingen van Eigenaren — ligt in een VvE. Ook de kopers daar rekenen, en stemmen in de vergadering tegen aansluiting wanneer het vastrecht hun kleine huishouden raakt. Het beeld dat huurders mokken terwijl kopers het zelf wel regelen, klopt niet: de weerstand komt uit beide eigendomsvormen, om dezelfde reden.
De pijnlijke samenloop
Het wrange is dat juist de buurten waar een net technisch het aantrekkelijkst is — de dichte vooroorlogse stad, de Jordaan, de Pijp, de negentiende-eeuwse gordel in West — óók de buurten zijn waar het aandeel kleine huishoudens het hoogst is. Daar is de aanleg het goedkoopst en de vrijwillige deelname het minst waarschijnlijk. De techniek en de bereidheid wijzen tegengesteld.
Dit is geen theorie achteraf. Vattenfall trok zich in 2024 terug uit nieuwe grootschalige warmtenetten in de bestaande bouw omdat het zonder financieel ongezond te worden geen aantrekkelijke tarieven meer kon bieden. Het corporatie-akkoord Warm Amsterdam liep vast op de betaalbaarheid. En in januari 2025 liet de gemeente de ambitie van ongeveer 290.000 aansluitingen los, ten gunste van isolatie en warmtepompen. Telkens was de breuklijn niet de techniek of het eigendom, maar de bereidheid van bewoners die het kostennadeel voelen.
Wat dit betekent — en wat het níet betekent
Dit betekent niet dat warmtenetten geen toekomst hebben. Het betekent dat ze, zolang het tariefgebouw blijft zoals het is, alleen op grote schaal van de grond komen via aansluitdwang. En dwang stuit op bewoners die ook kiezers zijn, en in de koopvoorraad bovendien op het eigendomsrecht.
De boodschap is dus een volgorde, geen veto. Wie warmtenetten in Amsterdam wil, zal eerst iets moeten doen aan de prijsstructuur die kleine huishoudens nu rationeel naar een andere oplossing drijft. Zolang het vastrecht een klein huishouden straft, kiest dat huishouden — koper of huurder — begrijpelijkerwijs iets anders, en valt de deelname onder de grens die een net nodig heeft. Verander die prikkel, en de rekensom verandert mee.
Voor VvENET betekent het ook iets concreters dichter bij huis. In plaats van buurtbrede aansluitaannames die niet sporen met de samenstelling van de stad, lijkt het productiever om per VvE-gebouw de juridische en financiële drempels in kaart te brengen en weg te nemen — de "VvE-wasstraat" die wij bepleiten. Dat is werk dat ook vandaag al loont, ongeacht welke kant het tariefdebat op gaat.
Tot slot
Dit is de analyse van dit moment, bij de tarifering van dit moment. Dat is precies waarom zij hoopvol mag worden gelezen: de uitkomst ligt niet vast in de techniek of in de stenen, maar in een prijsstructuur die te veranderen is. Verander die eerst, en het gesprek over warmtenetten begint opnieuw — dan op een fundament dat wél houdt.
De volledige analyse, inclusief alle 110 buurten is hier beschikbaar, de onderliggende CBS-bronnen bij CBS.
Reacties
Een reactie posten
Dank voor je reactie, die is naar de redactie gestuurd.