Wgiw vooronderstelt een vindbare VvE

Een uitvoeringsvraag bij de gemeentelijke aanwijsbevoegdheid

De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten een krachtig instrument: de bevoegdheid om wijken aan te wijzen waar het aardgas op termijn wordt afgesloten. Maar de wet bindt die bevoegdheid aan voorwaarden — en één daarvan, de verplichte participatie, vooronderstelt iets wat in Amsterdam (en vrijwel alle anderen gemeenten met veel VvE-woningen) voor een groot deel van de woningvoorraad niet vanzelfsprekend is: dat de gemeente de betrokken eigenaren kan vinden en aanspreken.

Wat de Wgiw eist

De Wgiw is ingebed in de Omgevingswet, waarin participatie een kernvereiste is. Vóór een gemeente de aanwijsbevoegdheid mag inzetten, moet zij aantoonbaar de gebouweigenaren, bewoners en andere belanghebbenden hebben betrokken bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan, en rekening hebben gehouden met hun "doenvermogen". Het warmteprogramma moet beschrijven hoe bewoners tijdig worden betrokken. De wetgever heeft zelfs een aparte grondslag voor gegevensverwerking opgenomen, juist omdat de gemeente haar gebouweigenaren in dit proces moet kunnen identificeren.

Kortom: zonder een werkbaar beeld van wie de eigenaren zijn en hoe zij te bereiken zijn, komt een gebiedsaanwijzing niet rond.

Wat het CBS-onderzoek laat zien voor Amsterdam:

  • ca. 24.700 VvE's in Amsterdam (CBS, 1-1-2024)
  • 56,4% van de woningvoorraad behoort tot een VvE — meer dan de helft
  • 39% van die VvE's niet ingeschreven bij de KvK — geen vindbaar aanspreekpunt

Voor bijna vier op de tien Amsterdamse VvE's ontbreekt daarmee een formeel, vindbaar aanspreekpunt — terwijl de VvE's samen wel meer dan de helft van alle woningen in de stad omvatten.

Waarom dit een uitvoeringsvraag is

Men kan tegenwerpen dat de individuele appartementseigenaren via het Kadaster wél te achterhalen zijn, en dat een omgevingsplanwijziging bovendien een besluit van algemene strekking is — vastgesteld via terinzagelegging en publieke kennisgeving, niet via een persoonlijke brief aan elke eigenaar. Formeel-procedureel klopt dat. Maar het lost de werkelijke vraag niet op.

De eigenaar van één appartementsrecht is namelijk geen eigenaar van het gebouw. Het pand als geheel — inclusief de gemeenschappelijke delen waar de warmtetransitie zich afspeelt — is in mede-eigendom van alle appartementseigenaren samen, en het enige bevoegde orgaan om daarover te besluiten is de vergadering van eigenaars. Een participatieproces dat de individuele eigenaar aanschrijft, werkt daarmee langs het werkelijke besluitvormingsorgaan heen. En de Wgiw vraagt geen formaliteit, maar een betekenisvol participatieproces waarin de gemeente aantoont rekening te hebben gehouden met het "doenvermogen" van de betrokkenen.

De vraag die daarmee vóór de eerste Amsterdamse gebiedsaanwijzing op tafel ligt, is concreet: hoe voert de gemeente een betekenisvol participatieproces met VvE's die onvindbaar en daardoor niet aanspreekbaar zijn? Een aanwijzing kan procedureel rondkomen, maar een participatieproces dat bijna vier op de tien VvE's niet werkelijk bereikt, is materieel gebrekkig — en juist daar is een omgevingsplanwijziging kwetsbaar.

Conclusie — geen tegenstelling, maar een voorwaarde

Dit is geen argument tégen de Wgiw. Het is een argument dat de Wgiw en het op orde brengen van de VvE- aanspreekbaarheid geen alternatieven zijn, maar dat het tweede een voorwaarde is voor het eerste. Een aanwijsstrategie die de onvindbaarheid van een groot deel van de VvE's niet adresseert, loopt het risico kwetsbaar te zijn op precies het punt waar de Wgiw streng is: de participatie-eis.

De informatiebundel van VvENET wijst een begaanbare weg. De wettelijke inschrijfplicht van VvE's bij de Kamer van Koophandel bestaat al — bewustwording en handhaving daarvan zouden de aanspreekbaarheid in één stap aanzienlijk verbeteren. En de VvE-wasstraat — een gestructureerd traject dat een VvE eerst langs haar eigen splitsingsakte en juridische positie leidt — maakt VvE's niet alleen vindbaar, maar ook handelingsbekwaam. Dat is geen vrijblijvende suggestie naast het Wgiw-spoor; het is de bewustwording en organisatiegraad die dat spoor begaanbaar maken.

Reacties