Wie kan in Amsterdam eigenlijk zélf beslissen over het verduurzamen van zijn huis?
Stel: je bent dertig, je hebt na jaren sparen en een halve erfenis eindelijk een appartement in Amsterdam gekocht. Of je huurt er een, voor een bedrag waar je ouders niet over zouden willen nadenken. Je weet hoe laat het is op de klimaatklok — het is jóúw klok, jij haalt 2070 — en je wilt het goede doen: van het gas af, isoleren, je ramen en lekke kozijnen aanpakken tegen de kou en de rekening. Je bent exact de bewoner op wie elke gemeentelijke folder mikt: energiek en gemotiveerd.
En dan ontdek je de werkelijkheid van het Amsterdamse ‘eigendom’. Je gevel is niet van jou. Je dak is niet van jou. Je kozijnen en je ruiten — díé ene laag tussen jou en de winter — zijn juridisch niet van jou. Jij en je buren zijn dat samen, via "de vereniging", en de vereniging vergadert één keer per jaar, haalt zelden een quorum, en moet voor de echte ingrepen eerst een notaris maandenlang aan het werk zetten om de splitsingsakte laten veranderen.
Wat je wel mag? Nou, je mag inductie koken en je mag een tochtstrip plakken. De rest is een kwestie van ál je buren overtuigen, agenderen, meerderheden tellen en wachten.
Tenminste, als je een appartement kócht – als huurder ben je nóg meer beperkt.
Wie beslist? Lees het overzicht
We hebben het voor alle groepen woningen in Amsterdam, koop en huur uitvoerig bekeken. Deze analyse maakt op basis van de meest recente CBS-cijfers zwart op wit wat dat betekent. Je leest waarom maar 7,7 procent van de Amsterdammers zelf aan de
knoppen zit, en waarom de andere 92,3 procent afhankelijk is van buren, verhuurders of allebei. Je ziet de hele Amsterdamse woningvoorraad uitgesplitst naar wie er "ja" moet zeggen. We leggen uit waarom je zelfs je eigen ramen niet alleen mag vervangen, hoe de 80-procent-regel van het appartementsrecht de rekensom omdraait, en waarom de gemeente bij erfpacht zélf moet meetekenen.
Daarna komt de paarse mammoet in beeld: de 123.715 woningen in "gemixte" VvE's met winkels en kantoren, waar alles nóg een graad lastiger wordt.
En het eindigt niet bij het probleem. Je leest wat dit betekent voor de manier waarop de gemeente bewoners aanspreekt — en hoe een eenvoudig hulpmiddel, de VvE Wasstraat, je kan laten zien waar jíj staat voordat je onomkeerbare besluiten neemt.
Geen reden voor moedeloosheid
Geen reden voor geen reden voor moedeloosheid: in Amsterdam is al vaker het onmogelijke toch gedaan. Die dure grachtenpanden zijn óók gebouwd zonder gas, water, licht, riolering en telefoon (en stoepen!) Het is er allemaal toch gekomen omdat de handen uit de mouwen kwamen en jarenlang is volgehouden. Met begrijpen waar de problemen echt zitten en niet te lang vrijblijvend te filosoferen over het "doenvermogen" en de "klantreis" van de verduurzamende burger.
Te beginnen bij de gemeente, die daar moet gaan staan waar de besluiten werkelijk vallen: niét achter het eigen loket, wachtend tot de burger onder kantoortijd zijn ‘doen vermogen’ komt laten testen. Wél aan tafel bij de VvE-vergadering en het huurdersoverleg — 's avonds, op de plek en in het tempo van de bewoners zelf. Niet de burger naar het stadhuis halen, maar het stadhuis naar de keukentafel brengen.
Want het zijn de Amsterdammers, jong, gemotiveerd, met een appartement en een eeuw voor de boeg die er iets moois van willen maken. De vraag is enkel of de gemeente naast hen komt zitten op de plek waar het besluit valt of hen alleen laat in een vergadering die ze in hun eentje nooit kunnen winnen.
Reacties
Een reactie posten
Dank voor je reactie, die is naar de redactie gestuurd.